Brief aan Remco Campert

https://www.apache.be/

Brief aan Remco Campert: vaarwel selfie, hallo discretie

https://www.apache.be/2022/08/06/brief-aan-remco-campert-vaarwel-selfie-hallo-discretie?fbclid=IwAR33oB19VeKuNLPrkYnuCX5vnUU8Ut51xFTad8A9WckcEnSGKutBD_ID8ok

6 augustus 2022 Katrien Scheir

Remco Campert overleden

R.I.P. Remco Campert (1929-2022). De auteur kreeg grote bekendheid met het boek Het leven is vurrukkulluk (1961), waarvoor hij onder meer de P.C. Hooft-prijs kreeg. (© Katrien Scheir)

Zelfingenomenheid is de trend. Aan blaaskaakmeningen, emoporno en pathetiek geen gebrek. Bescheidenheid en zachtaardigheid zijn daarentegen niet hip. Nochtans hebben deze tijden relativerende sprankelende ironie nodig. Met discretie als deugd, lichtvoetigheid als compagnon en satire die niet honds wordt. Doe daar ook wat verlegenheid bij. Geef ons ronduit rode wangen. En dat alles op z’n Remco’s.

Waarde Heer Campert,

U bent nog maar net overleden – een jonkie in het dodenrijk – en ik schrijf u al. 

“Het leven is dodelijk”, zei u eens, alleen had u er tot nog toe niets van gemerkt. En nu u dood bent, weet u het vast ook niet meer.

Uw vader is vroeg gestorven. In een gedicht vertelt u over het moment dat jullie vernamen van zijn dood. De rode ogen van uw moeder. U als kind tegen haar aan, voelend dat u iets moest voelen maar u had het als jongetje nog druk met het plan voor een boomhut. Daarna voelde u wat niet meer overging. Het was geen natuurlijke dood, uw vader werd vermoord in een concentratiekamp omdat hij joden probeerde redden. Later verbleef u in een ander gezin omdat uw moeder, een actrice, moest spelen. U suggereerde weleens dat uw verlegenheid mogelijk ontstond omdat u geen hechte familie kende en vaak een buitenstaander was. 

Nam u de verlegenheid mee met uw dood? In deze tijd hadden ze u vast onderzocht. Niets mis met de evolutie van de geestelijke cartografen maar soms is het mijn indruk dat de zeldzamen die nog verlegen aan de kant dromen en observeren, nu snel een etiket krijgen opgekleefd. School ervoer u als een gevangenis maar u kon ontsnappen. De woorden bevrijdden u. U noemde zichzelf alleen en toch nabij. Een open cocon. Het was geen stoornis maar poëzie. U kende de woorden nog.

‘Er wordt veel gestapeld en gepocht, Heer Campert. Tegen verlegenheid bestaan er zelfhulpgroepen. Cursussen gezond egoïsme. Nooit meer rood worden. Iedereen snoeft en overtreft elkaar’

Hoe worden woorden in tijden van ontlezing onderwezen? Misschien wordt u gebruikt in een test begrijpend lezen: 

“Wat zou die Campert toch bedoelen met vurrukkulluk?” Kies het juiste vakje. 

“Met hoeveel k’s spel je voorgaande woord?”

IJverig schetteren de juffen. Scholieren krassen bevelen op geruit papier. U staat vermeld in een voetnoot van het schoolprogramma waaruit u zelf ontsnapte. Maar zouden uw relativerende stukjes over antihelden, uw hilarische beschrijvingen over het niet slagen in bepaalde sportactiviteiten niet bevrijdend kunnen werken onder jongeren die punten geven aan elkaars selfies? Nu krijgen ze boekjes op maat van hun doelgroep met de juiste onderwerpen en de juiste saaie personages.

“De mensen zouden een beetje uit hun somberheid moeten zien te komen”, merkte u aardig op. Wellnessboeken verkopen allicht beter dan uw werk. Uw troostende kracht, uw optimisme is van een andere soort dan de methodes positief denken, recepten om het geluk op te kloppen en powertraining voor het ego. Ik denk soms dat mensen meer zouden opknappen van uw ontroerende mensendingen dan van de riedeltjes door goeroes in een roze trainingsbroek. 

‘U noemde uw werk geen loopbaan maar een liefdesaffaire, schrijven geen vluchtroute maar een wandelroute’

Er wordt veel gestapeld en gepocht, Heer Campert. Tegen verlegenheid bestaan er zelfhulpgroepen. Cursussen gezond egoïsme. Nooit meer rood worden. Iedereen snoeft en overtreft elkaar. Al die drukke hoofden, al die geconstipeerde grimassen en iedereen uiteindelijk suf. Zelfs schrijvers breien statussen vol over zichzelf, posten vaker selfies dan een verlegen zin. Weinigen vertellen nog met een fonkelende monkellach over hun tocht op glad ijs en het gevecht tegen de zwaartekracht van het leven. Weinigen durven dromen en observeren aan de kant. Je moet in het middelpunt staan.

Zelfingenomenheid is de trend, emoporno en pathetiek, berekening. Bescheidenheid en zachtaardigheid zijn niet hip. Was u de laatste romantische aarzelaar die schroomvallig schuifelde tot aan de klank die u bedoelde? U noemde uw werk geen loopbaan maar een liefdesaffaire, schrijven geen vluchtroute maar een wandelroute. 

Ik mis belevenissen van aanminnige antihelden. Blaaskaakmeningen zijn er genoeg. Krachtpatsers met pronkpijlen waarop ‘top’ staat. 

U hield niet van polemiseren. Met meningen schrijf je geen goed gedicht. U vond het genoeg te constateren. Uw geest maakte contrapuntische bewegingen, fonkelde.

“Is de dood de onmetelijke ruimte of het klein beperk van een kist?”, vroeg u zich later af. U zei stellig nee tegen het laatste. U bent ontsnapt uit school en kist en werd opgenomen door de sterren in hun nachtelijke pracht. ‘Remco gaat nooit dood,’ zei Lucebert, hij had gelijk.

“Maar de dood”, schreef u elders, met die speciale ‘maar’ van u, “de dood is slechts de stilte in de zaal nadat het laatste woord geklonken heeft. De dood is een ontroering.”

‘U schipperde tussen poëzie en protest. U bleef kijken. Voor het deugdpronken stond u te weinig in het midden, was u te discreet’

Deze brief schrijf ik in een stille zaal die ik maakte met uw woorden. In een door ego’s volgebouwde wereld is uw werk ruimte en stilte. Bevrijding van het gezwollen spreken en raspen van hoge kelen.

U had al wat geregeld op een begraafplaats, gezellig met vrouw en vrienden bij elkaar. Bij het bezoek aan uw eigen graf vertelde u: “Het was een mooie, zonnige dag, het graf lag er goed bij. Ik kreeg er bijna zin in.”

Zo heeft u steeds het leven en de dood met uzelf en de tijd daartussen gerelativeerd. 

Het is die relativerende sprankelende ironie die deze tijd nodig heeft. Een lichtvoetigheid die niet oppervlakkig is. Satire die niet honds wordt. Uw taal was verraderlijk toegankelijk, spreektaal zonder populisme. Ze boette nooit in aan stijl en eruditie.

U bent nu “de spiegeling van het zonlicht in het water in de gracht die wordt meegenomen met de glimlach en de dromen van het meisje dat u eens op een tramhalte zag”.

U schreef: “Als ik doodga, hoop ik dat je er bij bent, dat ik je hand nog voelen kan. Dan zou het rustig zijn, dan zou niemand verdrietig zijn.” In uw gedichten werd de dood prozaïsch en gewoon.

‘U was zich bewust van het loos gebral dat poëzie kon worden die in comfort wordt geschreven terwijl de wereld lijdt’

U rookte tot uw 92ste, de rookkringen leken wel jazzlijnen van een saxofoon. Ze kringelden sierlijk rond uw zacht orakelende wezen. Misschien missen we jazz en rooksignalen. Nu schetteren we met machientjes door elkaar, langs elkaar, zonder pauze. U schreef gedichten met de hand of u tikte. Uw vrouw hoorde u soms tikken als uw eigen tijd. “De tijd duurt één mens.”

Ik hoor vaak enkel nog klikken.

Uw bescheidenheid was een verademing in de almaar schreeuwerige wereld. Uw woorden dansten daar tussen als vlekjes licht. Uw schreef uw leven met de hand. In het gedicht bevestigde u dat u leefde, dat u niet alleen leefde. U zette zichzelf steeds tegenover een groter geheel met uw observerende zachte pretogen. 

Op 28 juli 1929 zag u het levenslicht. Jaren later vatten uw woorden licht. Daarna kleurde u er een tijdperk mee dat nu steeds meer zwart/wit wordt. L’art pour l’art was voor u geen tegenpool van engagement. U zocht naar een combinatie tussen wat de wereld beweegt en wat uzelf bewoog en dat probeerde u samen te smeden. Dat is moeilijk maar u probeerde het tenminste nog. “Verzet begint niet met grote woorden maar met kleine daden”, schreef de zoon wiens vader vermoord werd omdat hij in het verzet zat.

U was zich ook bewust van het loos gebral dat poëzie kon worden die in comfort wordt geschreven terwijl de wereld lijdt. “Ik zag een jongetje zitten, verwezen op een stoeltje, bedekt met bloed, en asgrauw puinstof, onder een huis weggehaald, met bommen bestookt.” U zei dat dit gedicht niet hielp maar dat het tenminste genoteerd werd. U schipperde tussen poëzie en protest. U bleef kijken. Voor het deugdpronken stond u te weinig in het midden, was u te discreet. U durfde aan de kant gaan staan en gedichten redden als verzet. 

Dank.

Tijdgenoten, Brief, poëzie, Remco Campert, Katrien Scheir, literatuur

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

De vangst van Katrien Scheir (vangst #69)

Aanlegplaats

thuishaven voor blogs vol literair talent

De vangst van Katrien Scheir (vangst #69)

Laatst postte Margot Vanderstraeten op facebook een citaat van de Nobelprijswinnende gedragsonderzoekende zoöloog Konrad Lorenz uit 1983:

Vele denkers hebben reeds ingezien dat vernietiging van het milieu én vernietiging van de cultuur hand in hand gaan. De afbraak van het menselijke wordt echter maar weinig beschouwd als een ziekte; slechts weinigen – op Aldous Huxley na – zoeken naar de ziekteoorzaken en proberen tegenmaatregelen te bedenken.’

Mijn vangst is een handvol zuurstof. 

De bloggers lijken op adem te willen komen in een roeptoeterende wereld. Zij proberen weer iets menselijks op te rakelen uit de kudde, iets authentieks te vinden tussen stereotype en heersende stellingen. Zij zetten niet zichzelf in de kijker, maar hun relatie tot de dingen en de wereld. Hun blog brengt rust en energie. Er fonkelt licht in.

Anne Broeksma cultiveert haar tuin en beschrijft dat bijzonder poëtisch. Ze doet denken aan Vita Sackville-West, schrijfster, tuinierster (en ooit minnares van Virginia Woolf). Broeksma vertelt over het kleine, schijnbaar onbeduidende leven in de tuin. Ze toont dingen waar mensen in hun haast en met hun drukdoenerige ikje vaak aan voorbijgaan.  Ze onttrekt er wijsheid uit die confronteert en relativeert.

Mark Reugebrinck bewerkt en dient een tuin der letteren. In die tuin, op een afstand van het geraas, kan je op adem komen en denken. Hij koppelt zijn eerlijke vragen en herinneringen aan het werk van andere schrijvers en filosofen. Nooit is het drammerig of bepakt. Zijn tuin is een open, verscholen plek.

Ook Philippe Diepvents wroet geduldig in de aarde en vindt schatten. Hij denkt dat schrijvers een beetje horen te zijn als archeologen, die uren met hun borsteltjes staan te vegen over een of andere Etruskische vaas. Die kerel met het borsteltje maakt de vaas niet mooier, hij zorgt er alleen voor dat je die kan zien zoals hij oorspronkelijk werd bedoeld.

Het stukje van Caro van Thuyne gaat over een schrijvend leven waar gevoelens en gedachten niet meteen kunnen worden geplukt, maar langzaam groeien. Dat is volgens mij geen gebrek maar een gave.

Op mijn knieën in de rivierklei, uithijgend met een nul procentbiertje op een stoeltje in de schaduw van de hoogstam appelbomen. Terwijl ooievaars overvliegen en avondmist vanuit de velden langzaam de tuinen in sijpelt.

Uit Tuindagboek I op Notulen bij het Ongetemde

Maar kijk naar de varkens. Profeten zijn het, boodschappers van een nakende ommekeer, voorzeggers van een paradigmashift, wraakgoden van de barbecue-mens, heilbrengers van een wereld waarin alle varkens roze zijn. 

Uit Het varken strikes back op De Inwijkeling

Op een dag werden we allemaal wandelaars. De beperkingen van onze wereld dwongen ons daartoe en vandaag wandelen we nog steeds. Vanuit de lucht bezien moet dat vast een komisch, misschien wel ontroerend beeld opleveren.

Uit Voor mijn wandelaar van Philippe Diepvents

Ik mis een of andere schakel tussen denken en spreken. Ik heb een wroetende omweg gevonden langs het geschreven woord maar de schakel die iedereen lijkt te hebben en dus als natuurlijk beschouwt, als normaal en vanzelfsprekend, die ontbreekt bij mij.

Uit Van de heldin en het monster in het harnas op Het kleine kijken

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Katrien Scheir, het interview

foto: Sarah Cousein

In een niet al te ver verleden exposeerde, schreef en regisseerde Katrien Scheir theaterstukken. Nu woont ze in Zuid-Frankrijk waar ze lesgeeft, schildert, illustreert en cartoons maakt voor Apache.be.

En schrijft.

Een blog, uiteraard, en in september 2021 debuteerde ze met ‘De man van het licht’ bij Uitgeverij Oevers. Op dit moment werkt ze aan een tweede roman, een geïllustreerd kinderboek en een reeks schilderijen.

Waarom ben je ooit met een blog begonnen?

Ik begon ermee toen ik nog theater maakte. Aanvankelijk was het bedoeld als reclame voor mijn werk, maar al gauw ging ik verhalen en beschouwingen posten. Het was een experiment. Ik beschouwde het als een aanloop, een wenk die al in de buitenwereld mocht voor een testpubliek.

Toen ik jaren daarna op straat belandde en mijn theaterwerk werd ontkend na een Me Too-situatie, moest ik mezelf letterlijk weer bij elkaar schrijven, mij met woorden bijeen vegen, mij schrijvend weer doen bestaan. Dat deed ik aanvankelijk in een dagboek. Ik heb al een aantal meters in dagboeken en ik houd er nog steeds een bij. Aantekeningen waaruit ik achteraf vaak materiaal put. Zoals Woningloze van Slauerhoff (‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen’) woonde ik toen echt in mijn dagboek. Het concept was aanvankelijk vrij: zowel beschouwingen, ideeën, persoonlijke gedachten en gezeur over familie, gedichten, recepten, citaten, namen, landkaarten, woorden, recensies. Daarna gingen de recepten toch in een ander boek want soms lag er een dagboek in de keuken open en drupte er tomatensaus op een citaat van Peter Sloterdijk.

In Frankrijk ging ik weer schrijven en daartoe activeerde ik ook mijn blog weer. Ik putte uit oud en nieuw werk. Ik wilde mijn werk naar buiten brengen, in de pers en bij een literaire uitgeverij. Die blog zag ik opnieuw als een oefening en aanloop daarnaartoe. Soms herschreef ik een tekst of maakte ik een nieuw stuk dat – anders dan een dagboek – al in de buitenwereld mocht. Ik schrijf : ‘anders dan in een dagboek’ omdat ik me bewust wil blijven van de grens die in deze tijden soms ook is opgeheven. Een periode van inkeer en werk in stilte en privacy kan tot veel rijkdom leiden, zoals de mythe van Persephone. Niet alles hoeft meteen op de (sociale) media te worden gegooid. Ik vind dat zelf een moeilijke oefening met verschillende kanten, want de mogelijkheid om je meteen te kunnen richten tot een publiek heeft ook iets democratisch en kansrijk.

Op mijn blog postte ik ook illustraties en schilderijen. Zo stond ik weer een beetje bij elkaar, een blik in mijn schrijfvertrek en atelier.

Het is best makkelijk, zo’n atelierplekje dat er altijd is, als je bv. in een verlaten kunstenaarshuis op het Zuid-Franse platteland woont. Ook nu beschouw ik de teksten als aanloop naar literair werk en pers. Soms wil ik dan weer alles wissen, vind ik het vroegere een last.

Het valt voor dat ik iets kwijt wil, en alles laat vallen om een blog te componeren. Anderzijds zijn er ook momenten dat ik niet veel blog, of er minder waarde aan hecht.

Uit sommige teksten distilleerde ik dan weer werk voor een roman of een gedicht. Ik zocht en zoek verschillende vormen, van een column tot een essay tot een kortverhaal en een artikel of bespreking.  Ja, ik beschouw het wel als een vormonderzoek waaruit allerlei kan ontstaan. Voorlopig is mijn blog nog een bonte verzameling, maar een consequente vorm, bv. wekelijks een zeer kort stukje, lijkt me wel sterk.

Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen, en waarom?

Een heleboel mensen! Op facebook kom ik er soms tegen waarvan ik denk: verzamel je gedichten of  stukjes op een rustig plekje. Margo ten Kaat of Ank Kromkamp bijvoorbeeld. En Tom Wouters levert bijzonder fijne stukjes: ze zijn absurd, grappig of poëtisch.

Mijn Professor kunstgeschiedenis Paul Ilegems heeft een unieke stem. Ik zoek ook meer dadaïsten geloof ik. 

De scherpzinnige muzikale observaties van Carmiggelt zoek ik ook in een blog, geen kloon maar een nieuwe soort die rustig en vrolijk melancholiek observeert, je mag me altijd tippen.

Satirici, als ze nog niet zijn uitgestorven, moeten absoluut een blog beginnen, net als filosofen.

Laatste schreef de schilder Koen Broucke iets moois op facebook over landschappen, toen dacht ik: een blog over kunst, in de stijl van Rilke maar ook zoals wijlen Bernard Dewulf dat deed.

Ook ornithologen die kunnen schrijven, zoals bv. Hans Dorrestijn: begin een blog. Biologen zoals Dirk Draulans zijn broodnodig. Mensen die goed kunnen vertellen over natuur, dat is noodzakelijk in deze tijd.

Stella Bergsma publiceert al, ik vind haar een goede stilist. Ze voert ook een boeiende strijd op de media die ik best wel in een blog verzameld wil zien.

Amalia Vermandere kent veel van meditatie en yoga, wetenschappelijk en filosofisch onderbouwd. Ik denk, dat als ze af en toe een blog post, van een haiku tot een beschouwing, het als een artistieke, filosofische ademteug zal voelen.

Filip Van Zandycke is fotograaf en heel belezen en reiziger en Brusselkenner. Hij heeft een mooie blik, ik spoor hem bij deze aan om een blog te beginnen.

Wij, bij Aanlegplaats, zoeken er al een tijdje naar, en we krijgen het maar niet scherp: wat maakt dat een blog echt goed is?

Het gevaar van internet is de snelheid, het rechtstreekse. Er is ook geen beperking. Verwerking, beheersing, sublimering zijn waardevol en zeker in tijden waarin je meteen je braakbal kan droppen, waarin roeptoeteren en koketteren normaal is. Iets proberen te schrijven dat zich onderscheidt van rechtstreeks buikgevoel en breiwerkjes vol saaie ‘persoonlijke’ meningen, emoporno, drammerig namedroppen en kennisgeratel lijkt me wel wat.

Een goede blog kenmerkt zich misschien wel door veelzijdigheid, stilering en een eigen stem. Microkosmos in het universum. Het ik is niet zo hysterisch aanwezig en toch is het aanwezig door een persoonlijkheid en een eigen hoogstpersoonlijke blik. Ik vind het interessant als er in zo’n stukje wordt ingehaakt op een grotere wereld, de actualiteit, geschiedenis, een bepaald vak. Ik lees graag blogs die beschouwend werken, nuanceren of uitdagen, verrassen door stijl. Verslagen over literatuur, muziek, politiek maar ook eigen observaties, een beetje zoals in de boeken van Privédomein.

Absurdisme en humor mis ik soms in blogs, maar het hoeft dan ook weer niet met zo’n geforceerd peptaaltje, want dan zit er weer een plastiekje rond de ziel.

Net zoals in de literatuur vind ik l’ Art pour l’art en verzet in teksten niet altijd elkaars tegenpolen.

Toen ik ‘Het tijdperk van de huid’ van Dubravka Ugresic las, meende ik een blogvorm te herkennen, de blog verheven tot literatuur: zowel essay als verhaal als artikel als een beschouwing door een bijzonder hevige opmerkelijke stem, vol verzet en poëzie en schoonheid in een stukje tekst. Ik vond dat geniaal. Tijdens de lockdown ontstond er een nieuwe vorm van theater: Bovary, de theaterfilm, met Jaco Van Dormael en Michael De Cock van KVS. Ik denk dat een blog ook een nieuwe tekstvorm kan zijn.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

To do lijstje

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Mijn Ros Beiaard


De beginselen der logica werden mij aangereikt door een lerares wiskunde die op het Ros Beiaard leek en door een dolle tante op de achtergrond, die de wiskundeles op een hoger plan tilde vanaf het moment dat zij haar met schichtige bliksems bedrukte blouse opstroopte, de tijgerpanties afrolde en de lippen drukte op die van de man van mijn lerares wiskunde. De prille lessen in de logica bevatten dimensies waarvan ik het bestaan niet kende maar toen ik ze ontdekte kreeg ik een soort Eureka-gevoel. Het was alsof ik in bad het soortelijk gewicht had ontdekt van hetgeen ondraaglijk leek.
Laat ik eerst aantonen dat de logica ook werkelijk tot mij doordrong en – indien het nog niet is verpest – keurig beginnen bij het begin in plaats van met de clou, die ik in dit geval zo laat ontdekte dat ik lang heb geleden als een beschuldigde onschuldige en hem daarom, in de euforie van de vrijheid, te snel heb prijsgegeven.

Ik zal eerst de lerares wiskunde duiden. Zij had rood haar en een breed en lang onderstel waarover zij steeds een rok gooide met een Provençaals patroon. De stof hing er als een tafelkleedje rond en ik beeldde me in dat je eronder makkelijk op handen en voeten kon passeren in een rijtje zoals wij als kleine kinderen soms plachten te doen onder de feesttafel van een familiesamenzijn. Ik meen dat de man van mijn wiskundelerares zoiets niet meer deed, ook niet als er eventueel nog wat te vieren viel.
Mijn lerares wiskunde deed mij denken aan het Ros Beiaard en het duurde niet lang of die associatie vond in alle discretie gang onder schoolgenoten.
Ik meen dat zij ’s avonds, na de routine van vergelijkingsoefeningen verbeteren aan geüniformeerde pubermeisjes op een katholieke school, in de zetel plofte en zich trachtte te ontspannen met een schaal koekjes en een realitysoap terwijl haar man tot na het spookuur vergaderde op zijn werk met mijn tante die daar toevallig ook zo lang vergaderen moest.
Nu durfde ik weleens vervelend giechelen in de wiskundeles, zoals pubermeisjes dat kunnen. Ook durfde ik tijdens de uitleg over de discriminant bij vierkantsvergelijkingen weleens praten met mijn buurmeisje over jongens die hun best deden maar daar niet in slaagden. Soms keek ik naar de wolken achter het vensterraam terwijl hormonaal gestuurde dromen over rocksterren me deden loskomen van de x en y- oefeningen, maar al bij al was ik een brave leerling die niet eens zo slecht in wiskunde was. Ik had zelfs hoge punten, tenminste tot op het volgende examen want toen namen die hoge punten plots zo’n duik dat ik recht had op een verklaring zonder daarvoor een streber te zijn. Het drong tot me door dat mijn lerares al een poos, volgens de wet van de geleidelijkheid, opmerkingen naar mijn hoofd slingerde, waarvan ik aanvankelijk in de waan verkeerde dat ze door mijn sporadisch gegiechel en gedroom waren veroorzaakt. Even vreesde ik dat de bijnaam Ros Beiaard haar had bereikt.


Toen we het examen samen overliepen, bleek dat het Ros Beiaard zich misrekend had en dat ik de stof wel degelijk begreep. Zij had zich vergist in het examen van een van haar leerlingen maar ook in dat van haar huwelijk, wat ik toen nog niet wist. Elkeen vergist zich weleens in zijn loopbaan. Als een echte wiskundige (of een ambtenaar van wie het rekenboek niet klopt?) telde ze de punten die ik verdiende er netjes bij en het euvel was daarmee opgelost. Destijds waren er nog geen ouders die meteen gingen procederen. Zand over de fout en over de struisvogelkop. Misschien zag mijn Ros Beiaard haar fout in een heldere seconde toen wel in. Misschien boog ze zich voortaan over een wiskundeboek en een cursus psychologie in plaats van uit te zakken op de sofa voor de oppervlakkige karakters van haar soap die zich allemaal lieten bedriegen of allemaal bedrogen.
Hoe kon het gebeuren dat mijn lerares wiskunde zich misrekende aan een giechelmeisje als ik?


Mijn tante zag ik zelden. Om de zoveel jaar kwam zij haar potsierlijke ensembles met motiefjes van giftige bloemen op glanzende stoffen in een zak bij mijn moeder deponeren. Mijn moeder zei met beleefde ironie: ‘Dank u wel,’ maar mijn tante bleef in de waan dat mijn moeder het simpele huisvrouwtje was dat zij als vrouw van stand hielp. ‘s Avonds lagen de kleren in onze verkleedkoffer en pasten wij ze voor de spiegel terwijl wij verschillende rollen aannamen.
Mijn tante kende niet zoveel talen als mijn moeder maar in de parochie zat zij op de eerste rij te knikkebollen naar de mummelende pastoor. Door haar huwelijk met een soort wiskundige die in de zakenwereld ging en sindsdien de beursberichten verslond, woonde ze in een villa waar ze vele hobby’s beoefende zoals een waarvan ik de naam vergeten ben maar waarbij je roze hartjes en krullende lintjes op papier moet kleven. Haar man had een beschaafde zakenbuik en een rood gezicht. Als hij zwaar getafeld had, ging hij lijken op een Duracellkonijn. Hun ene zoon hebben ze helaas moeten weggooien – die werkte niet meer – maar de andere zoon boert goed. Die is eigenaar van bijna alles en heeft het geschopt tot een Vlaamse racist die zijn buikgevoel durft volgen en dagelijks meningen braakt op de sociale media.


Pas jaren later begreep ik dat het voor mijn lerares wiskunde, het goedbedoelende Ros Beiaard, ook te veel moet zijn geweest. Mijn moeder had een gemeentelijke roddel opgevangen die meteen naar het mysterie van de foute quotering van mijn examen in vergelijkingsoefeningen heeft geleid. Comparaison n’est pas raison. Het was een les in emotie.

Ik weet niet precies hoe het verder ging met de huwelijken van het Ros Beiaard en mijn dolle tante, die concurrent geworden waren. Ik heb weleens gedacht de man van mijn tante voor te stellen aan mijn lerares wiskunde opdat zij samen de wiskundige logica konden vinden nadat zij waren afgedwaald.

Toen mijn tante weer een zak kleren kwam dumpen (dit keer een blouse, tijgerpanties en gewaagde lingerie) heb ik niets durven lossen over de levensles die zij mee gesponsord had.

Mijn Ros Beiaard zag ik nog eens in een ijssalon waar zij tevreden aan een ijsje likte. Naast haar zat een man die veel weg had van een Duracellkonijn.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Holes in the soles of her shoes


Er is een nieuwe soort sneakers. De sneakers zien eruit alsof ze een zomer lang gedragen zijn: uitgezweet, met een bruin randje en brandgaten. Balenciaga heeft een beschadigde versie van zijn bekende Paris High Top Sneaker gelanceerd.
Een paar kost een maandloon. Voor de armeren onder ons (zij met beschadigde schoenen) is het dus nog even wachten op de namaakversie van dit paar bewust beschadigde schoenen. Armoede wordt chic. De distressed-look, het expres verweerde en stukgemaakte, oogt hip. Als je geld hebt, kan je stoute schoenen aantrekken.

Toch blijft het verschil duidelijk tussen een gemaakte en een echte scheur in een jeans, tussen een snob die zich verhult in marginale outfit en een verweerde mens.
Op mijn katholieke uniformschool in Brasschaat kwam een werkelijk arm meisje terecht, want ja, die hebben ze zelfs daar. Je zag het door het uniformpje heen. Iedereen trok de neus ervoor op.


Tijdens mijn eigen luizenperiode ontdekte ik dat armoede verward wordt met zelfbewustzijn.
‘Die stoeltjes zijn helemaal je stijl,’ zei een kennis uit een beter milieu, wijzend naar afgebladderde caféstoelen bij het groot vuil. Meteen gescreend door een vlugge blik. Menselijk contact door speeddaten. Bij racisme staat de huid als surplus mee op de af te vinken lijst.
Natuurlijk kan je ook iets afleiden uit een sfeer. Ik herinner me hoe in een boek van Simone de Beauvoir iemands interieur werd geanalyseerd. Dat was anders dan het economische lijstje afvinken. Het leek op een gezicht aankijken en lezen.


De kapotte schoenen liggen in de lijn van een evolutie. Jeans, dat waren werkmansbroeken die plots op dure tennisclubs werden gespot. Weldra komt er een modelijn met stoffen vol moddervlekken en bloedvlekken, zonder de stank erbij natuurlijk. Straks wordt er op een Delvaux nog Aldi gedrukt.
Trauma’s worden net als scheuren en gaten en vlekken geclaimd. Welgestelden hebben ze tegenwoordig net iets meer. Het is opvallend hoeveel boekjes er vandaag verschijnen van succesvolle mensen die hun leed etaleren.
Geluk gaat snel vervelen. Een krasje op de ziel heeft meerwaarde. Binnenkort staat een getormenteerd detail zelfs leuk op je curriculum.


De ‘matsutake’ is een zwam die groeit in de restanten van industrieel verwoeste bossen. Het is een delicatesse in Japan; een chic relatiegeschenk. De zwammen worden geplukt door arme migranten.
Als achtergrond van modefoto’s wordt vaak het decor van een clochard gebruikt, alleen de clochard zelf wordt netjes opgeruimd. Als je je milieu meehebt, kan een likje armzaligheid op de achtergrond best.


Ik denk aan Van Gogh. Banale schoenen verhief hij tot kunst. Door een object toonde hij net de aanwezigheid van de mens. Hij schilderde het menselijke.


‘We waarderen spullen meer dan mensen,’ schreef Sarah Vandoorne op 26 april in MO magazine. Sneakers, pumps en pantoffels zijn slecht voor mens, dier en milieu.
De leerlooi en schoenenindustrie hebben een grote voetafdruk. De veeteelt zorgt voor de ontbossing in de Amazone, chemicaliën maken rivieren dood. We raakten gewend aan de dood van miljarden dieren. Het maakbare van de mens eindigt nog op de vuilnisbelt waar objecten de menselijke aanwezigheid verdringen in plaats van oproepen.


De Britse journaliste Tansy Hoskins schreef een boek over de schoenenindustrie. Grote bedrijven maken nog steeds gebruik van koloniale handelsroutes. Britse bedrijven produceren in Bangladesh, Pakistan en India. Daar werken mensen in zeer moeilijke omstandigheden. De lonen zijn erg laag, de uren slecht, vaak seizoenswerk. Fabrieken zijn niet brandveilig. Er wordt gewerkt met ontvlambare lijm die bovendien giftig en kankerverwekkend is.
‘Made in Italy’ staat er op vele schoenen, dat klinkt beter dan ‘Made in Macedonië’. Sommige landen zijn net als mensen van een duurder merk.


De crisissen worden gedragen door de mensen onderaan de toeleveringsketen en door mensen in de zorg. Tegelijkertijd heeft de top goed geld verdiend, die kan zich nu verkleden in een bescheiden arme.
We kunnen ons voortbewegen met schoenen maar we trappelen ter plaatse. Schoenen, naar Europa geëxporteerd, worden vaak gemaakt door vluchtelingen – vaak nog kinderen – die in kelders werken. Als de schoenen klaar zijn, mogen die de grenzen over, maar de mensen zelf zijn niet vrij om zelf die grens over te steken. De schoenen zijn al lang ontdaan van het menselijke, misschien wordt het verweerde daarom een nieuwe hype, alsof het verweerde menselijk zou zijn.


Wouter Torfs, ondernemer van Schoenen Torfs, die voor flexijobs en tegen rijkentax is, komt aan het roer van de Centra voor Algemeen Welzijnswerk. Hij wil de dienstverlening meer in de markt zetten. Natuurlijk heeft de sociale sector nood aan organisatorisch talent en efficiëntie maar is deze topman in staat zich te verplaatsen in ‘andermans schoenen’, zoals Hannah Arendt het zo mooi zei? Las hij haar, las hij Multatuli? Of leest hij enkel managementmodellen en laat hij zijn schoenen poetsen door straatjongens tijdens een uitje na het drukke werk, met een extra fooi voor de moeite?

Van schoenen naar verweerde mensen, een kleine stap voor de menselijkheid.

‘Vervloekt die lauwheid, die schandelijke lauwheid! Daar zit ik nu sedert een maand te wachten op recht, en intussen wordt er vreselijk geleden door dat arme volk. De regent schijnt er op te rekenen dat niemand hem aandurft!’
uit Max Havelaar van Multatuli

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

Mijn persoonlijke mening


Ik las weer dingen op facebook en alles in mij kwam in opstand. Mijn man zei: ‘Kruip maar in je pen jij, want hier kan je niet alleen mee blijven zitten.’ Hoewel ik alleen maar waarheidsliefde ken en je mij niet zal betrappen op een leugen, moet ik toch zeggen dat ik hier lieg want mijn man zei het niet, hij riep het. Dus hij riep: ‘Blijf hier niet alleen mee zitten, schat.’ Hij weet hoe bescheiden ik ben en hoezeer ik de dingen kan opkroppen. Ik trek me dan ook alles aan, zo gevoelig ben ik wel. Je kan niet altijd blijven doorgaan aan vierhonderd per uur, dat vergeet ik. Ik geef me 200 procent tegen vierhonderd per uur maar door mijn overgevoeligheid geef ik mijn grenzen soms te weinig aan. Ik zou me weggeven zie je. Ik vergeet mezelf ook altijd, het is mijn valkuil. Iedereen heeft zo wel een werkpunt.
Als kind trok ik me de problemen al aan en vormde ik meningen over diverse onderwerpen. Intussen deed ik veel ervaring op met mensen.
De verruwing vind ik zo erg, zo erg. Mijn hart bloedt ervan, het bezorgt me een hoge bloeddruk, zo erg vind ik het als mensen alleen maar praten over zichzelf, bluffen of alleen maar stereotiepe dingen zeggen en geen empathie meer kennen. Ik kan ervan snikken als mensen zomaar een standpunt innemen over mensen en dingen nog voor ze er het fijne van weten. Ik kan daar niet tegen.
Ik heb me pas laten fotograferen bij een poster van een citaat van een beroemde schrijver, ik vond dat het citaat echt bij me paste. Het ging over rechtvaardigheid en goedheid.
Ik trek alleen nog maar met belangrijke mensen op en ik ga naar de plaatsen die er toe doen. De juiste premières, de juiste voorstellingen. Zo’n momenten leg ik vast op de gevoelige plaat. Laatst zat ik te eten met een belangrijke mens en dat heb ik ook aan de wereld getoond. De wereld mag weten dat wij samen eten. Vandaag staat een ander belangrijk persoon, die ik goed ken, in de krant. Dat heb ik prompt gemeld op facebook want het is een fijne persoon die in de krant staat en wij zijn samen nog naar zee gegaan en hebben daar een ijsje gegeten. Ik heb al veel meegemaakt. Lange gesprekken heb ik gevoerd met mensen die er toe deden en die ook meningen over vele onderwerpen deelden. Kan ik er aan doen dat ik een gedreven persoonlijkheid ben?
Mijn persoonlijke mening over de dingen is echt wel de beste.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Boekentip

Nick Hannes tipt mijn roman ‘De man van het licht’, Uitgeverij Oevers, vandaag in de boekenbijlage van De Morgen

‘De man van het licht is de debuutroman van Katrien Scheir. Gedreven door ambitie om haar droom waar te maken als schrijfster, raakt de jonge Jelena verstrikt in het machtsspel van haar veel oudere mentor. Een pijnlijk proces van langzaam verschuivende grenzen, wars van clichés en met subtiele humor.’

#leestip#boekenbijlage#boeken#boekentip#boekentips#lezen#bookstagram#book#roman#literatuur#debuut#demanvanhetlicht#katrienscheir#demorgen#boekstagram#reading#uitgeverijoevers#weekend#boekhandel

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Recensie De man van het licht

https://www.the-low-countries.com/article/de-man-van-het-licht-by-katrien-scheir-caught-in-a-sophisticated-trap?fbclid=IwAR1kQRIX11KXQ8MOOELUeJbZ8UpBJN7SyA3AAHykdIQHIpyzhIl0wpyKv0I

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Hij doet het zo graag

Hij zocht een vrijetijdsinvulling, iets leuks tegen het vervelen. Van het een kwam het ander. Hij had nog niet veel bereikt maar de intentie was er. Hij had nog geen visie of programma maar de wil was er.

Nog steeds heeft hij nog niet veel bereikt maar hij is zo gedreven. Die gedrevenheid mag je hem niet afpakken. Het lukt niet altijd even goed, het lukt soms amper en dikwijls helemaal niet, maar hij doet het graag. Hij blijft gewoon doorgaan voor de volle honderd procent. Tweehonderd procent, al lukt niets hem, hij gaat gewoon door. Hij doet zijn werk met passie. Zelfs al wil iedereen hem weg dan nog gaat hij door. Hij toont de bevlogenheid waardoor het geen ‘moeten’ is maar iets waar hij plezier uit haalt. Als de mensen hem niet willen, ligt het aan hen. Zij missen het heilige vuur, niet hij! Dus zet hij het extra stapje dat al die mensen missen en blijft hij zitten waar hij zit. Meer drive, meer initiatief en op een dag willen ze hem, daar gelooft hij in. Hij gaat door want hij doet het graag!

Hij houdt van regeren en kan het niet altijd. So what? Wie is er perfect? Een mooi en spannend avontuur noemt hij het. Hij wil in alles de winnaar zijn. Belangrijke stappen zetten, grote deals kunnen sluiten en als de deals niet mogelijk zijn en hij verliest en hij staat stil zal hij toch doorgaan. Je vraagt je soms af hoeveel problemen hij aankan. Maar hij doet het graag, na al die jaren nog steeds, en zeg, is dat niet het belangrijkste? Het graag doen?

Voordelen van regeren zijn bijvoorbeeld een chauffeur, een levenslang abonnement op Netflix en onkostenbonnetjes, zelfs voor op restaurant. Regeren maakt hem gelukkig en wie zijn wij om hem dat te misgunnen?

Mama is heel trots op hem. Hij tracht elke dag het beste uit zichzelf te halen! Elke dag tracht hij de wereld te verrassen en iedereen tevreden te houden. Of toch vooral zichzelf want, nou ja, iedereen is wel wat veel.

‘Als je je best maar doet,’ zegt mama, ‘dan is het voor mij al lang goed.’

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie